Direct naar de inhoud
4,9 van 5

ADHD begrijpen

Wat is ADHD?

Bij ADHD worden aandacht, activiteit en impulsen anders geregeld dan bij de meeste mensen. Het begint in de kindertijd en gaat bij veel mensen een leven lang mee.

ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder: aandacht, tekort, hyperactiviteit en stoornis.

Drie kernkenmerken

  • Aandachtstekort

    Snel afgeleid, moeite om te beginnen of af te maken, dingen vergeten of kwijtraken.

  • Hyperactiviteit

    Bij kinderen vaak zichtbaar druk. Bij volwassenen vaker een innerlijke onrust en moeite met ontspannen.

  • Impulsiviteit

    Eerst doen, dan denken. Anderen onderbreken, snelle beslissingen, moeite met wachten.

Drie vormen van ADHD

Volgens de DSM-5, het handboek dat artsen en psychologen gebruiken, zijn er drie vormen. Welke vorm iemand heeft, kan in de loop van het leven veranderen.
  1. GecombineerdKenmerken van aandachtstekort én van hyperactiviteit en impulsiviteit. Komt het meest voor.
  2. Overwegend onoplettendVooral kenmerken van aandachtstekort. Wordt ook wel ADD genoemd.
  3. Overwegend hyperactief-impulsiefVooral kenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit. Komt het minst voor.

Wat er in de hersenen gebeurt

ADHD heet een neurobiologische aandoening. Dat betekent dat de hersenen bij ADHD sommige signalen anders doorgeven.

Het gaat vooral om de prefrontale cortex: het deel vooraan in de hersenen dat helpt bij plannen, aandacht vasthouden en impulsen afremmen. Zenuwcellen geven daar signalen aan elkaar door met de stoffen dopamine en noradrenaline.

De meest gebruikte verklaring is dat er bij ADHD minder van deze stoffen tussen de cellen beschikbaar is. Het signaal komt dan minder goed door. ADHD is dus geen kwestie van niet willen of van opvoeding.

Zonder ADHD

Genoeg dopamine en noradrenaline tussen de cellen. De volgende cel wordt goed geactiveerd en geeft het signaal door.

Wat betekent dat?

De prefrontale cortex werkt als een regelcentrum. Het filtert wat belangrijk is, houdt de aandacht bij een taak en remt een impuls af. Ook aan een saaie taak kunt u beginnen en die afmaken.

Bij ADHD

Minder van deze stoffen tussen de cellen. Minder ontvangers worden geraakt en de volgende cel wordt minder geactiveerd.

Wat betekent dat?

Het regelcentrum krijgt te weinig door. Daardoor komen juist méér prikkels ongefilterd binnen, springt de aandacht naar wat nieuw of spannend is en wordt een impuls minder goed afgeremd. Een saaie taak kost veel moeite. Iets wat u boeit lukt wél, soms met hyperfocus.

  • Dopamine en noradrenaline
  • Ontvanger op de volgende cel
  • Pompje dat de stof weer opneemt

Een vereenvoudigde tekening. In werkelijkheid gaat het om netwerken van hersengebieden, en het verschilt per persoon.

Medicatie zorgt ervoor dat dopamine en noradrenaline langer beschikbaar blijven. Daarom helpt het veel volwassenen met ADHD. Meer over medicatie

Waar komt het door?

ADHD is voor een groot deel erfelijk: 70 tot 80 procent van de verschillen tussen mensen komt door aanleg. Meestal spelen meerdere factoren samen, zoals aanleg en omstandigheden rond de geboorte, bijvoorbeeld vroeggeboorte.

Heeft een ouder, broer of zus ADHD, dan is de kans op ADHD een stuk groter.

Hoe vaak komt het voor?

Volwassenen in Nederland
3,2%Heeft ADHD, volgens landelijk onderzoek van het Trimbos-instituut (2019–2022).
Kinderen
3–5%Heeft naar schatting ADHD.
Als volwassene
2 op 3Van de kinderen met ADHD houdt ook later nog klachten.

Mythes en feiten

Over ADHD bestaan veel misverstanden. Sommige stellingen kloppen, andere niet. Draai de kaarten om en lees wat onderzoek erover zegt.

Hoe de diagnose wordt gesteld

De diagnose is gebaseerd op achttien kenmerken uit de DSM-5, op de kindertijd en op hoeveel u er nu last van heeft. Een aantal kenmerken was er al voor uw 12e jaar. Op een aparte pagina leest u welke voorwaarden gelden.
De diagnose ADHD

Vragen over ADHD

Bronnen

Gecontroleerd in oktober 2026.

ADHD begrijpen

Lees ook

Herkent u zich hierin?

De zelftest geeft in ongeveer vijf minuten een eerste indruk. Het is geen diagnose; bespreek de uitslag met uw huisarts.