Hetero anamnese ADHD

ADHD Hetero anamnese

U bent gevraagd om deze vragenlijst in te vullen als onderdeel van het ADHD-onderzoek bij een volwassene. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met de DIVA-5 (Diagnostisch Interview voor ADHD bij volwassenen), een wetenschappelijk onderbouwd instrument dat kijkt naar ADHD-symptomen in de kindertijd én volwassenheid.

De hetero-anamnese — oftewel het perspectief van iemand uit de omgeving — is hierbij van groot belang. Mensen met ADHD zijn zich niet altijd bewust van hun eigen gedrag of ondervinden moeite met het inschatten van de ernst of frequentie van hun klachten. Uw observaties helpen om een vollediger en objectiever beeld te krijgen.

Waarom deze test?

De DIVA (Diagnostisch Interview voor ADHD bij Volwassenen) is een gestructureerd interview dat artsen en psychologen gebruiken om ADHD vast te stellen volgens de DSM-5-criteria.
Tijdens het onderzoek wordt gekeken hoe aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit zich uiten, zowel in de kindertijd als op volwassen leeftijd.

De DIVA helpt om systematisch in kaart te brengen:

  • welke ADHD-kenmerken aanwezig zijn;

  • hoe deze het dagelijks functioneren beïnvloeden;

  • en op welke levensgebieden (zoals werk, opleiding en relaties) dit merkbaar is.

De rol van de hetero-anamnese

Bij ADHD Medisch Centrum gebruiken we de DIVA als belangrijk onderdeel van onze diagnostiek.
Omdat het voor veel mensen lastig is om de eigen kindertijd goed te herinneren, vragen wij iemand die de patiënt goed kent, meestal een ouder, broer/zus, om mee te denken via de hetero-anamnese kindertijd.

Deze vragenlijst helpt ons een vollediger en betrouwbaarder beeld te krijgen van het ontstaan en verloop van de klachten.

Over deze vragenlijst

De vragen gaan over aandacht, druk gedrag en impulsiviteit in de kindertijd (ongeveer 5–12 jaar).
Uw antwoorden ondersteunen het diagnostisch gesprek en worden meegenomen in de uiteindelijke beoordeling door het behandelteam.

Belangrijk om te weten:

  • Het invullen duurt ongeveer 5 tot 10 minuten.

  • Er zijn geen goede of foute antwoorden; het gaat om uw persoonlijke observatie.

  • Uw gegevens worden veilig opgeslagen en uitsluitend gebruikt voor diagnostiek binnen ADHD Medisch Centrum.

  • Uw antwoorden blijven volledig vertrouwelijk.

DIVA Kindertijd – Oudervragenlijst

This field is for validation purposes and should be left unchanged.
DD slash MM slash YYYY

Aandachtstekort (Kindertijd)

Beantwoord de volgende vragen over hoe het gedrag van het kind destijds was.

Had uw kind vaak moeite om voldoende aandacht te geven aan details of maakte het achteloos fouten bij schoolwerk of andere activiteiten?(Required)
Voorbeelden: Als kind maakte hij/zij vaak slordige fouten in schoolwerk, bijvoorbeeld doordat vragen niet goed werden gelezen of stukken van opdrachten werden overgeslagen. Soms bleven delen van toetsen, zoals de achterkant van een blad, onbeantwoord. Leraren gaven regelmatig commentaar op slordig of onzorgvuldig werken. Huiswerk werd meestal niet nagekeken op fouten. Bij taken waarbij veel details belangrijk waren, had hij/zij vaak extra tijd nodig en raakte snel het overzicht kwijt.
Had uw kind vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden?(Required)
Voorbeelden: Als kind had hij/zij moeite om de aandacht bij schoolwerk te houden en raakte snel afgeleid tijdens lessen of taken. Ook bij spel of andere activiteiten was het lastig om de concentratie vast te houden, waardoor hij/zij vaak van het ene naar het andere overging. De aandacht verslapte snel, vooral bij activiteiten die weinig prikkels boden of langere tijd duurden. Er was veel structuur en begeleiding nodig om niet te worden afgeleid. Daarnaast raakte hij/zij snel uitgekeken op activiteiten en had moeite om taken af te maken zonder herinnering of aansporing van volwassenen.
Leek uw kind vaak niet te luisteren als iemand direct tegen hem/haar sprak?(Required)
Voorbeelden: Als kind leek hij/zij vaak niet te horen wat ouders of leerkrachten zeiden. Hij/zij was regelmatig dromerig of afwezig en reageerde pas wanneer iemand oogcontact maakte of de stem verhief. Vaak moest hij/zij meerdere keren worden aangesproken of werden vragen herhaald voordat er een reactie kwam. Dit werd door de omgeving soms opgevat als niet luisteren of ongeïnteresseerdheid, terwijl het meestal ging om moeite om de aandacht erbij te houden.
Volgde uw kind vaak aanwijzingen niet op of maakte het schoolwerk of taken niet af?(Required)
Voorbeelden: Als kind had hij/zij moeite om instructies goed op te volgen, vooral wanneer deze uit meerdere stappen bestonden. Taken werden vaak niet afgemaakt of raakten halverwege vergeten. Huiswerk werd regelmatig niet afgemaakt of niet ingeleverd. Hij/zij had veel structuur, herhaling en begeleiding nodig om opdrachten tot een goed einde te brengen en overzicht te houden tijdens het werken.
Had uw kind vaak moeite om schoolwerk of activiteiten te organiseren?(Required)
Voorbeelden: Als kind had hij/zij vaak moeite om op tijd klaar te zijn en was regelmatig te laat. De kamer of het bureau was meestal rommelig en spullen raakten snel kwijt. Hij/zij vond het lastig om zelfstandig te spelen of bezig te blijven met één activiteit en deed vaak meerdere dingen tegelijk zonder iets echt af te maken. Het plannen van huiswerk of taken lukte moeilijk zonder hulp van een ouder. Er was weinig tijdsbesef, waardoor afspraken, taken of deadlines snel vergeten werden. Ook had hij/zij moeite om zichzelf te vermaken zonder directe prikkels of begeleiding.
Vermeed of stelde uw kind vaak taken uit die langdurige concentratie vereisten (zoals huiswerk)?(Required)
Voorbeelden: Als kind vermeed hij/zij vaak huiswerk of had hier een duidelijke afkeer van. Lezen vond hij/zij meestal saai of vermoeiend en pakte zelden uit zichzelf een boek, vooral omdat het veel concentratie vergde. Taken of schoolvakken die langdurige aandacht vroegen, werden zoveel mogelijk vermeden of uitgesteld. Vooral saaie of lastige opdrachten bleven liggen tot het laatste moment of werden niet afgemaakt. Hij/zij raakte snel gefrustreerd bij taken die veel denkwerk vroegen en koos liever voor activiteiten die direct leuk of prikkelend waren.
Raakte uw kind vaak spullen kwijt die nodig waren voor school of spel (boeken, pennen, speelgoed)?(Required)
Voorbeelden: Als kind raakte hij/zij vaak spullen kwijt, zoals agenda’s, pennen, huiswerk of gymspullen. Ook kleding en speelgoed verdwenen regelmatig, waardoor er veel tijd werd besteed aan het zoeken naar dingen. Wanneer anderen spullen verplaatsten, raakte hij/zij soms in paniek of geïrriteerd omdat het overzicht verloren ging. Ouders en leerkrachten gaven regelmatig commentaar op het slordig omgaan met spullen en het steeds weer kwijt zijn van belangrijke dingen.
Werd uw kind vaak gemakkelijk afgeleid door geluiden of gebeurtenissen in de omgeving?(Required)
Voorbeelden: Als kind keek hij/zij in de klas vaak naar buiten en liet zich gemakkelijk afleiden door geluiden, bewegingen of gebeurtenissen om zich heen. Zelfs kleine prikkels, zoals iemand die praatte of langs liep, trokken de aandacht snel weg van de taak. Na een afleiding had hij/zij moeite om de draad weer op te pakken en verder te gaan met wat hij/zij aan het doen was. Dit leidde regelmatig tot onafgemaakte taken en onrust in de klas.
Was uw kind vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden (zoals afspraken of spullen meenemen)?(Required)
Voorbeelden: Als kind vergat hij/zij vaak afspraken of opdrachten en moest regelmatig door ouders of leerkrachten aan dingen worden herinnerd. Halverwege een taak wist hij/zij soms niet meer wat er precies gedaan moest worden. Ook vergat hij/zij vaak spullen mee te nemen naar school of liet dingen achter op school of bij vriendjes. Dit zorgde regelmatig voor frustratie bij de omgeving en maakte dat extra begeleiding en structuur nodig waren om alles op orde te houden.

Hyperactiviteit / Impulsiviteit (Kindertijd)

Beantwoord de volgende vragen over hoe het gedrag van het kind destijds was.

Bewoog uw kind vaak onrustig met handen of voeten, of draaide het veel op zijn/haar stoel?(Required)
Voorbeelden: Als kind was hij/zij vaak beweeglijk en onrustig. Ouders en leerkrachten zeiden regelmatig dingen als “zit stil” of “hou eens op met wiebelen”. Tijdens het zitten bewoog hij/zij voortdurend met de benen, tikte met een pen of speelde met voorwerpen in de hand. Ook kwam nagelbijten of friemelen aan het haar vaak voor. Lang stilzitten was lastig, waardoor hij/zij regelmatig van houding veranderde of opstond. Soms wist hij/zij de onrust te beheersen, maar dat ging gepaard met veel innerlijke spanning of frustratie.
Stond uw kind vaak op terwijl verwacht werd dat het bleef zitten (bijv. in de klas of aan tafel)?(Required)
Voorbeelden: Als kind had hij/zij grote moeite om stil te zitten, zowel thuis als op school. Tijdens het eten stond hij/zij vaak op of verzon smoesjes om even te kunnen lopen. Ook in de klas was het lastig om langere tijd op de stoel te blijven zitten, waardoor hij/zij regelmatig werd aangesproken door de leerkracht om te blijven zitten. De behoefte om te bewegen was sterk aanwezig en leek moeilijk te onderdrukken, zelfs wanneer hij/zij wist dat dit eigenlijk niet mocht.
Rende of klom uw kind vaak in situaties waarin dat niet gepast was?(Required)
Voorbeelden: Als kind was hij/zij voortdurend in beweging en leek altijd aan het rennen. Er was een sterke drang om te klimmen, bijvoorbeeld op meubels, stoelen of banken, en buitenshuis vaak in bomen of speeltoestellen. Stilzitten of rustig spelen lukte zelden. Zelfs wanneer lichamelijke activiteit niet gepast was, bleef er sprake van een gevoel van innerlijke rusteloosheid — alsof hij/zij altijd “aan” stond en moeilijk tot ontspanning kon komen.
Had uw kind moeite om rustig te spelen of rustig bezig te zijn?(Required)
Voorbeelden: Als kind was hij/zij vaak luidruchtig tijdens het spelen en in de klas. Het was moeilijk om activiteiten op een rustige manier te doen; geluid en enthousiasme liepen snel op. Ook bij het kijken naar televisie of films kon hij/zij zich moeilijk ontspannen of stilhouden. Ouders en leerkrachten gaven regelmatig opmerkingen om rustiger of stiller te zijn. In gezelschap was hij/zij vaak aanwezig en nam gemakkelijk de leiding of was snel het haantje de voorste.
Was uw kind vaak voortdurend in beweging?(Required)
Voorbeelden: Als kind was hij/zij bijna voortdurend in de weer en leek altijd iets te moeten doen. Zowel thuis als op school viel hij/zij op door zijn/haar grote mate van activiteit en energie. Er was zelden een moment van rust; hij/zij wilde voortdurend bezig blijven. Soms werd dit door anderen ervaren als doordrammen of doordraven, omdat hij/zij moeilijk kon stoppen met wat hij/zij aan het doen was, zelfs wanneer dat gevraagd werd.
Praatte uw kind vaak veel of aan één stuk door?(Required)
Voorbeelden: Als kind stond hij/zij bekend als een echte kletskous. Zowel thuis als op school praatte hij/zij veel en vaak, ook op momenten dat dat eigenlijk niet gepast was. Leraren en ouders moesten regelmatig vragen om stiller te zijn, en in schoolrapporten stonden vaak opmerkingen over te veel praten in de klas. Soms kreeg hij/zij zelfs straf omdat het praten het schoolwerk of de concentratie van anderen verstoorde. Tijdens gesprekken nam hij/zij vaak het woord en gaf anderen weinig ruimte om te reageren.
Gooide uw kind vaak het antwoord eruit voordat een vraag volledig was gesteld?(Required)
Voorbeelden: Als kind was hij/zij een echte flapuit en zei vaak dingen zonder eerst na te denken over de gevolgen. In de klas wilde hij/zij altijd als eerste antwoorden en flapte het antwoord er direct uit, ook als het niet juist was. Hij/zij had de neiging anderen te onderbreken voordat ze hun zin af hadden gemaakt, omdat wachten moeilijk was. Soms kwam hij/zij daardoor onbedoeld bot of kwetsend over, zonder dit zo te bedoelen.
Had uw kind moeite om op zijn/haar beurt te wachten (bij spel, in de rij, etc.)?(Required)
Voorbeelden: Als kind vond hij/zij het erg moeilijk om op de beurt te wachten, zowel tijdens spel en sport als in de klas. Hij/zij was vaak het haantje de voorste en wilde graag meteen aan de beurt komen of iets uitproberen. Ongeduld kwam regelmatig voor, vooral wanneer iets te lang duurde. Soms handelde hij/zij impulsief, bijvoorbeeld door zomaar over te steken zonder goed uit te kijken of eerst na te denken over de gevolgen.
Onderbrak of stoorde uw kind anderen vaak tijdens gesprekken of activiteiten?(Required)
Voorbeelden: Als kind had hij/zij de neiging zich met anderen te bemoeien en zomaar in het spel van anderen te springen zonder dat te vragen. Ook onderbrak hij/zij vaak gesprekken of reageerde op alles wat er om hem/haar heen werd gezegd. Wachten tot een ander was uitgesproken of tot hij/zij zelf aan de beurt was, lukte moeilijk. Deze impulsieve manier van reageren zorgde er soms voor dat anderen hem/haar druk of opdringerig vonden.

Kenmerken vóór het 12e jaar

Geef hieronder aan welke gedragingen u duidelijk herkende bij het kind vóór het 12e jaar.

Waren er op school problemen door concentratie of druk gedrag (bijvoorbeeld opmerkingen van leerkrachten, lage cijfers of doublures)?(Required)
Voorbeelden: Tijdens de schoolperiode waren er opmerkingen van leerkrachten over concentratie en druk gedrag. Er was moeite met huiswerk en planning, wat leidde tot wisselende schoolprestaties. Betrokkene is één of meerdere keren blijven zitten en heeft de opleiding met veel moeite afgerond, ondanks een gemiddeld tot hoog intellectueel niveau.
Waren er thuis problemen door druk of impulsief gedrag (bijvoorbeeld ruzies, conflicten of noodzaak tot strikte structuur)?(Required)
Voorbeelden: Binnen het gezin waren er regelmatig ruzies met broertjes en zusjes en werd betrokkene vaker bestraft dan gebruikelijk. Er waren spanningen of conflicten binnen de familie, waardoor het contact soms beperkt was. Betrokkene had langere tijd behoefte aan structuur en ondersteuning van ouders dan leeftijdsgenoten.
Waren er problemen in contact met leeftijdsgenoten (bijvoorbeeld moeite met vriendschappen of sociaal gedrag)?(Required)
Voorbeelden: Betrokkene had moeite met het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Er kwamen geregeld misverstanden of conflicten voor door communicatieproblemen. In de jeugd was sprake van buitensluiting en pesten, waardoor betrokkene onzeker werd en zich soms terugtrok. Er waren weinig hechte vriendschappen en sociaal functioneren verliep wisselend.
Waren er problemen bij hobby’s, sport of andere activiteiten door concentratie of onrust?(Required)
Voorbeelden: In de vrije tijd had betrokkene moeite om echt tot rust te komen en was vaak continu bezig. Ontspanning werd vooral gezocht in intensieve activiteiten of sport, soms tot oververmoeidheid. Er was weinig geduld voor langdurige bezigheden zoals het lezen van een boek of het kijken van een film, en interesse in hobby’s nam vaak snel af.
Waren er beperkingen in meerdere situaties tegelijk (bijvoorbeeld zowel op school als thuis)?(Required)
Voorbeelden: Betrokkene ontwikkelde onzekerheid door negatieve ervaringen en opmerkingen van anderen. Er is sprake van een wisselend zelfbeeld, met momenten van faalangst en perfectionisme. Kritiek kan hard binnenkomen, wat soms leidt tot sterke emotionele reacties of vermijdingsgedrag bij nieuwe uitdagingen.
This field is hidden when viewing the form
This field is hidden when viewing the form
This field is hidden when viewing the form

Vanwege de huidige zorgvraag hanteren wij tot nader order een patiëntenstop en nemen wij geen nieuwe verwijzingen aan.

Due to current demand for care, we have implemented a temporary patient intake pause and are not accepting new referrals until further notice.

Solliciteer direct